|
Het woordenboek
A |
B |
C |
D |
E |
F |
G |
H |
I |
J |
K |
L |
M |
N |
O |
P |
Q |
R |
S |
T |
U |
V |
W |
X |
Y |
Z
| <<< terug | | | vasten | ´ vas - ten I ( vastte, h. gevast) zich geheel of gedeeltelijk onthouden van eten en drinken, vooral uit religieuze motieven; lang vasten is geen brood sparen uitstel is geen afstel; II de -woord (mannelijk) periode dat men zich om religieuze motieven geheel of gedeeltelijk van eten en drinken onthoudt, bijv. de maand ramadan in de islam of rooms-katholiek de zes weken voor Pasen, vanaf aswoensdag
|
|
|